Onderzoeksgegevens
Projectnummer3125g
TypeWODC-intern onderzoek

Samenvatting

De gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) kan worden opgelegd aan veroordeelden voor het plegen van een terroristisch misdrijf, het voorbereiden of het vergemakkelijken daarvan. Deze zorg- en toezichtmaatregel kan na afloop van de gevangenisstraf en eventueel de tbs-maatregel ten uitvoer worden gelegd en geeft daarmee de mogelijkheid om zorg en toezicht te faciliteren op het moment dat de veroordeelde vrij komt. Dit kan in het geval van veroordeelden voor een terroristisch misdrijf extra noodzakelijk zijn, vanwege een potentiële dreiging voor de nationale veiligheid.
Sinds 2023 is het expliciet in de wet opgenomen dat de GVM opgelegd kan worden aan veroordeelden voor het plegen van een terroristisch misdrijf. Deze veroordeelden behoren daarmee, meer nog dan voorheen, tot één van de specifieke doelgroepen waarvoor de GVM bedoeld is. Dit onderzoek is beschrijvend van aard en bekijkt hoe vaak een GVM aan een veroordeelde voor een terroristisch misdrijf wordt opgelegd, ten uitvoer wordt gelegd en verlengd. Tevens worden enkele kenmerken van deze opleggingen en tenuitvoerleggingen beschreven, zoals het aantal vorderingen van de officier van justitie, het aantal adviezen van de reclassering en de voorwaarden die worden verbonden aan de tenuitvoerleggingsbeslissing.