Onderzoeksgegevens
Projectnummer3640
TypeExtern onderzoek
Betrokken organisatie(s)Pro Facto

Samenvatting

Sinds 1 juli 2022 is de Wet Uitbreiding Slachtofferrechten (WUS) ingevoerd en is die in verschillende tranches in werking getreden. In de WUS worden een aantal slachtofferrechten geïntroduceerd of uitgebreid die de positie van het slachtoffer in het strafproces versterkt. De veranderingen die in deze evaluatie worden onderzocht, zijn:

  •  introductie van de verschijningsplicht: een verplichting voor de verdachte van een ernstig zeden- of geweldsmisdrijf om op de rechtszitting te verschijnen, als hij zich in voorlopige hechtenis bevindt (op 1 juli 2024 in werking getreden); 
  • uitbreiding van het spreekrecht met stief- en pleegfamilie van het slachtoffer (op 1 januari 2023 in werking getreden);
  • introductie beperkt spreekrecht bij tbs- en pijverlengingszittingen (op 1 januari 2025 in werking getreden). Hierbij beslist de rechter of de tbs of pij (ook wel jeugd-tbs) voorwaardelijk wordt beëindigd (of niet). Het spreekrecht van slachtoffers is beperkt tot het mondeling toelichten van beschermingsbehoeften.
  • introductie schriftelijke motiveringsplicht voor de politie voor het niet verstrekken van een kopie van de aangifte aan het slachtoffer (op 1 juli 2022 in werking getreden). 

De overige, relatief kleine wijzigingen uit de WUS zijn vooral technisch van aard en/of vergen een minimale wijziging in de uitvoeringspraktijk. Daarom hoeven die niet te worden geëvalueerd.

Doel van deze evaluatie is om inzicht te krijgen inzicht in de uitvoeringsaspecten van de verschillende maatregelen (procesevaluatie). Daarnaast gaat het om de vraag in hoeverre met de wijzigingen de beoogde doelen van de WUS zijn behaald (effectevaluatie).

Voor de verschijningsplicht gaat het daarnaast ook om de vraag welke overwegingen relevant zijn voor een eventuele uitbreiding van de verschijningsplicht naar uitspraakzittingen.

Directe aanleiding voor de evaluatie is een toezegging van de toenmalige minister voor Rechtsbescherming aan de Eerste Kamer.

Ter voorbereiding op deze evaluatie werden al enkele vooronderzoeken uitgevoerd: