Straffen en maatregelen kennen meerdere doelen. Ze moeten zorgen voor vergelding, bescherming van de maatschappij en herhaling van crimineel gedrag voorkomen. Een groot deel van de in Nederland gepleegde misdrijven, wordt gepleegd door mensen die al eerder met justitie in aanraking zijn gekomen. Het voorkomen dat personen opnieuw een delict plegen is daarom een belangrijk onderdeel van het justitiële beleid. Dit vraagt om inzicht in hoe straffen en maatregelen effectief ingezet kunnen worden om te voorkomen dat personen opnieuw de fout ingaan en dus recidiveren.
Bij de kennislijn Straffen en Maatregelen doen we onderzoek om inzicht te krijgen in de effecten van straffen en maatregelen. Het gaat niet alleen om de vraag of straffen en maatregelen effectief zijn, maar ook waarom dat zo is, voor wie de sancties effectief zijn en in welke omstandigheden. De belangrijkste uitkomstmaat in ons onderzoek is recidive. Dat meten we op basis van justitiële data. We kijken daarbij naar kenmerken van de criminele carrière, zoals de recidiveprevalentie en -frequentie. Ook onderzoeken we de effecten van straffen en maatregelen op zaken waarvan we weten dat ze samenhangen met recidive, bijvoorbeeld het hebben van werk of huisvesting. Verder stellen we de waarom-vraag. Waarom stopt iemand met criminaliteit, waarom werkt een interventie wel voor de ene persoon maar niet voor de ander? Om deze vragen te kunnen beantwoorden maken we voornamelijk gebruik van kwantitatief onderzoek. Om duiding te geven aan de kwantitatieve resultaten gebruiken we kwalitatief onderzoek, zoals het houden van focusgroepen en interviews.
Ons onderzoek richt zich de komende jaren op de volgende thema’s:
- Vrijheidsbenemende sancties
- Vrijheidsbeperkende sancties
- Aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling
- Interventies bij rijden onder invloed van alcohol en drugs
Daarnaast wordt beschrijvend onderzoek naar recidivetrends uitgevoerd en houdt de kennislijn zich bezig met het onderhouden van de WODC-methodiek voor het meten van recidive.
Medewerkers
- Maria Berghuis (kennislijncoördinator)
- Frits Altena (liaison afdeling I&D)
- Karin Beijersbergen
- Martine Blom
- Eline de Boer
- Sanne Boschman
- Klaus Drieschner (tevens Kennislijn Forensische zorg)
- Miriam van Gestel
- Frederica Martijn
- Nikolaj Tollenaar (tevens Kennislijn Jeugdcriminaliteit)
- Suzan Verweij
Drie onderzoeken uitgelicht
Sinds 2011 krijgen ongeveer 600 veelplegers van zogeheten high impact crimes in de regio Amsterdam-Amstelland een persoonsgerichte en integrale aanpak. Het WODC onderzocht het effect van deze Top600-aanpak op de recidive aan de hand van een vergelijking tussen personen die onder de Top600-aanpak vielen en qua delictgedrag vergelijkbare personen, die net niet op deze lijst stonden. Daarnaast zijn focusgroepen gehouden met regisseurs van verschillende praktijkorganisaties die de aanpak uitvoerden. Het blijkt dat de Top600-veelplegers niet minder recidiveren dan vergelijkbare veelplegers. Dat kan deels komen omdat zij door hun zware en complexe problemen lastig te helpen zijn. Er zijn ook aanwijzingen dat de aanpak niet helemaal wordt uitgevoerd zoals beoogd.
K.A. Beijersbergen, N. Tollenaar, M. Kros, T.W. Piersma en G. Weijters (2023). De effectiviteit van de Top600-aanpak. Een rechtsvergelijkend recidiveonderzoek onder veelplegers. Den Haag: WODC Cahier 2023-18
Contactpersoon: Karin Beijersbergen
Jaarlijks legt de rechter in Nederland ongeveer 20.000 keer een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op. 70% daarvan is korter dan drie maanden. Volgens de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) zijn korte vrijheidsstraffen niet effectief. Mede naar aanleiding daarvan vroeg de minister voor Rechtsbescherming het WODC te onderzoeken of met deze straf, in vergelijking met andere straffen, de beoogde doelen wel worden behaald. Het onderzoek wijst uit dat korte gevangenisstraffen niet te verkiezen zijn boven andere typen straffen, zoals taakstraffen en voorwaardelijke straffen.
S. Boschman, S. Verweij en G. Weijters (2023). Korte vrijheidsstraffen. Een literatuuronderzoek naar het bereiken van strafdoelen met korte vrijheidsstraffen ten opzichte van andere straffen. Den Haag: WODC Cahier 2023-07
Contactpersonen: Sanne Boschman en Suzan Verweij
Bestuurders die zijn aangehouden voor rijden onder invloed van alcohol kunnen, naast een strafrechtelijke sanctie (bijvoorbeeld een boete), een bestuursrechtelijke maatregel (zoals een cursus) opgelegd krijgen door het CBR. Deelname aan bestuursrechtelijke maatregelen dragen bij aan het voorkomen dat mensen opnieuw rijden onder invloed van alcohol. Echter, waar voor sommige groepen deelnemers de maatregelen goed werken, werken ze voor andere juist minder goed.
M. Blom, S.E. Boschman en G. Weijters (2022). Differentiële effectiviteit maatregelen alcohol en verkeer. Den Haag: WODC Cahier 2022-07
Contactpersoon: Martine Blom
Specifieke onderwerpen
Alle onderzoeken van de Kennislijn Straffen en maatregelen zijn te vinden in de repository.