Termijn voor motivering detentie van vreemdelingen past niet meer bij gestelde eisen

Vreemdelingen die te horen krijgen dat ze in bewaring worden gesteld, moeten binnen zes uur een goed onderbouwd besluit daarvan krijgen. Die termijn is vooral voor de vreemdelingenpolitie en de Koninklijke Marechaussee (KMar) te kort, waardoor een vreemdeling die het land moet verlaten soms niet in bewaring kan worden gesteld. De Universiteit Leiden deed, in opdracht van het WODC, onderzoek naar de mogelijkheden om die tijdsdruk te verminderen.

De onderzoekers stellen dat de eisen die aan een bewaringsmaatregel worden gesteld steeds ingewikkelder zijn geworden. Dat komt onder andere door de invoering van de Europese Terugkeerrichtlijn en door de (inter)nationale rechtspraak over die richtlijn. Dit probleem speelt vooral bij de KMar en de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) van de politie. Zij treffen vreemdelingen vaak spontaan aan. De ophoudingstermijn van zes uur is dan te kort om een goed onderbouwd dossier van de vreemdeling te maken. Dit tijdsgebrek is nog knellender wanneer ze meerdere vreemdelingen tegelijk aantreffen.

Vreemdelingenbewaring

Vreemdelingen die niet (meer) in Nederland mogen verblijven, moeten het land in principe zelfstandig verlaten. Maar niet alle vreemdelingen doen dat. Eén van de middelen die de overheid kan inzetten om (gedwongen) vertrek te realiseren is vreemdelingenbewaring (detentie). Dat is een uiterste middel. Het kan alleen worden toegepast als er een risico bestaat dat de vreemdeling onderduikt of als deze de voorbereiding van de terugkeer ontwijkt of belemmert. Ook kan de vreemdelingenbewaring niet te lang duren: er moet een redelijk vooruitzicht zijn op daadwerkelijk vertrek uit Nederland.

Losknippen motivatie besluit niet mogelijk

Een van de geopperde oplossingen voor de ervaren tijdsdruk is om eerst een voornemen tot vreemdelingenbewaring mee te delen aan de vreemdeling en het besluit later pas te motiveren en daadwerkelijk op te leggen. Dit ‘losknippen’ accepteert de rechter echter niet, concluderen de onderzoekers. Deze constructie lijkt op de praktijk van vóór de Terugkeerrichtlijn. De Raad van State en het Hof van Justitie van de EU hebben daarover geoordeeld dat dit niet past bij het recht van een vreemdeling om zich zo goed mogelijk te kunnen verdedigen tegen het opleggen van vreemdelingenbewaring.

Mogelijkheden verminderen tijdsdruk

Een andere oplossing voor de ervaren tijdsdruk is de verlenging van de ophoudingstermijn naar negen uur. Deze verlenging is opgenomen in het al lang lopende wetsvoorstel van de Wet vreemdelingenbewaring en terugkeer. Volgens de respondenten draagt dat zeker bij aan minder tijdsdruk. Toch biedt dit geen volledig soelaas, bijvoorbeeld bij het aantreffen van grotere groepen vreemdelingen. Volgens de onderzoekers moeten oplossingen daarom ook in een andere richting worden gezocht. Zoals een betere aansluiting tussen de piketdienst van de Raad voor de Rechtsbijstand en de termijnen van inbewaringstelling. De advocatenpiketdienst is niet beschikbaar na 20:00 uur, terwijl de periode tussen 20:00 uur en 00:00 uur wel meetelt in de zes uur ophoudingstermijn. Op het moment dat een vreemdeling ’s avonds wordt opgehouden, moet op de komst van een advocaat worden gewacht. De bewaringsbeslissing moet dan onder nog meer tijdsdruk tot stand komen. Ook bevelen de onderzoekers aan om na te gaan of de opleidingen binnen de betrokken organisaties voldoende tegemoetkomt aan de eisen die de praktijk stelt en of kennis tussen deze organisaties voldoende wordt gedeeld. Verder geven respondenten aan dat het opleggen van bewaringsmaatregelen een ervaringsvak is. Het oprichten van een landelijk en centraal kennispunt kan daarom ook bijdragen aan het verminderen van de ervaren tijdsdruk.