Jeugdigen in de leeftijd tot 23 jaar zijn oververtegenwoordigd in criminaliteitscijfers, ook al is de jeudcriminaliteit in de afgelopen 20 jaren fors afgenomen en zelfs gehalveerd sinds de piek in 2007. Nu lijkt er sprake van stabilisatie. Er zijn wel verschillen in deze ontwikkelingen tussen groepen, regio’s en type delict. Binnen de kennislijn Jeugdcriminaliteit voert het WODC wetenschappelijk onderzoek uit naar verschillende aspecten van jeugdcriminaliteit.
Wat onderzoeken we?
Onderzoek binnen de kennislijn Jeugdcriminaliteit brengt de aanwezigheid en ontwikkeling van jeugdcriminaliteit in beeld. Ook onderzoeken we bedoelde en onbedoelde effecten van beleid. Daarmee dragen we bij aan evidence based wetgeving, beleid en uitvoering.
Binnen de kennislijn staan 3 thema’s centraal:
1. Brede ontwikkelingen jeugdcriminaliteit
2. Fenomenen in jeugdcriminaliteit
3. Evaluatie aanpak van jeugdcriminaliteit
1. Brede ontwikkelingen jeugdcriminaliteit
Om een breed en genuanceerd beeld van (ontwikkelingen in) de jeugdcriminaliteit te krijgen, is het belangrijk om meerdere bronnen en methoden te gebruiken die onafhankelijk van elkaar zijn. In de Monitor Jeugdcriminaliteit worden daarom naast politie- en justitieregistraties ook gegevens over zelfrapportage door jongeren gebruikt. Ook worden justitiedossiers onderzocht.
Lees meer over de verschillende methoden en deelprojecten op de pagina Monitor Jeugdcriminaliteit
2. Fenomenen in jeugdcriminaliteit
Vanuit de kennislijn worden periodiek verdiepende onderzoeken gedaan naar specifieke type delicten of bepaalde groepen jeugdigen. Hiermee geven we duiding aan en verklaring voor ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit en de achtergronden daarvan.
Lees meer over de verschillende onderzoeken op de pagina Jeugdcriminaliteit: fenomenen
3. Evaluatie aanpak van jeugdcriminaliteit
Om passend en adequaat beleid te kunnen voeren is kennis nodig over de gevolgen van beleidsaanpakken gericht op jeugdcriminaliteit. Daarbij wordt uitgegaan van de gedachte ‘wat werkt voor wie onder welke omstandigheden?’ In het onderzoek naar de gevolgen van beleid is specifiek aandacht voor het naleven van kinder- en mensenrechten in de praktijk.
Lees meer over de verschillende onderzoeken op de pagina Jeugdcriminaliteit: beleid, aanpak en gevolgen.
Recente onderzoeken
Mede aanleiding voor dit onderzoek waren uitkomsten uit eerder onderzoek naar ernstig geweld gepleegd door jeugdigen. Daaruit bleek dat het aantal veroordelingen voor dit geweld bij minderjarigen na een langdurige afname, vanaf 2016 tot 2021 weer iets toenam en bij jongvolwassenen stabiliseerde. In dit onderzoek is specifiek gekeken naar de (poging tot) doodslagzaken uit 2016 en 2021 waarbij jeugdigen zijn veroordeeld en de verschillen tussen deze jaren. In beide jaren gaat het in 9 van de 10 doodslagzaken om poging tot doodslag.
Lees meer in het nieuwsbericht: Meer doodslagzaken met messengeweld onder jeugdigen in 2021 dan in 2016 (2024)
Ga direct naar het rapport: Jeugdige veroordeelden voor (poging) doodslag: 2016 en 2021 vergeleken (J. Beijers, E.H. Prop, A.M. van der Laan)
In dit verdiepende onderzoek binnen de Monitor Jeugdcriminaliteit is uitgezocht welke ontwikkelingen zich voordoen in de jaren 2000 tot en met 2023 in (ernstige) geweldscriminaliteit onder jeugdigen. De geregistreerde jeugdcriminaliteit in Nederland is de afgelopen twee decennia fors afgenomen. Ten opzichte van de piekjaren in 2006-2008 is in 2023 sprake van meer dan een halvering in de aantallen jeugdige verdachten en strafrechtelijke daders. Geweldscriminaliteit is over het algemeen ook gedaald, hoewel die recent eerst een (lichte) toename liet zien gevolgd door een afvlakking daarvan. Zo ligt het aantal misdrijven met een jeugdige verdachte waarbij (steek)wapens in het spel zijn, sinds 2019 (iets) hoger dan de in de vijf jaren ervoor en is het aantal jeugdigen veroordeeld voor enkele ernstige geweldsmisdrijven zoals zware mishandeling of (poging tot) doodslag sinds 2017 toegenomen. De toename van ernstige geweldscriminaliteit door jeugdigen is in de laatste twee jaren afgevlakt en volgens het OM zelfs gedaald. Het is nog onduidelijk of die afvlakking doorzet.
Lees meer in het nieuwsbericht: Geen aanwijzingen voor verjonging of verharding in jeugdcriminaliteit (2024)
Ga direct naar het rapport: Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit 2000-2023.
Contactpersoon: André van der Laan
Het WODC heeft de afgelopen jaren meerdere keren onderzoek verricht naar de toepassing van het adolescentenstrafrecht. Het meest recente gaat over wat de kenmerken zijn van de groep 16- tot 23-jarigen die daarmee in aanraking kwamen en welke overwegingen een rol speelden bij de keuze voor het toe te passen strafrecht. Uit dit onderzoek blijkt dat in de bestraffing van 16- tot 23-jarigen, naast de ernst van het gepleegde misdrijf, ook de ontwikkeling van een adolescente dader en de (on)mogelijkheden van pedagogische behandeling van de dader een belangrijke rol spelen.
Lees meer in het nieuwsbericht: Toepassing van adolescentenstrafrecht bij 16- tot 23-jarigen (2024)
Ga direct naar het rapport: De toepassing van het adolescentenstrafrecht bij 16- tot 23-jarigen
Vanuit praktijk en beleid bestaan zorgen over het beperkte zicht op meisjes en jonge vrouwen (12 t/m 27-jarigen) die strafbare misdrijven begaan. Voor het ontwikkelen van adequaat beleid gericht op deze groep zijn diepere inzichten noodzakelijk. Dit verkennende onderzoek bestond uit een literatuurstudie, analyse van zelfrapportagedata en interviews met professionals. De bevindingen tonen dat zowel meisjes als jonge vrouwen vaker melden betrokken te zijn bij delicten dan dat zij officieel als verdachten bekend zijn. Hierbij ligt een groter verschil bij meisjes. Verder zijn meisjes minder vaak betrokken bij geweldsdelicten en rapporteren professionals dat zij vaker dan jongens een sociale of faciliterende rol spelen bij het plegen van delicten. Verdachte meisjes lijken anders te worden bejegend dan jongens. Dit zou mogelijk kunnen liggen aan het feit dat meisjes zich onder andere kwetsbaarder en communicatiever opstellen in het contact met professionals. Andersom geven professionals zelf aan soms extra moeite te doen om een veilige sfeer te creëren voor verdachte meisjes.
Lees meer in het nieuwsbericht: Investeer in kennisontwikkeling over delinquente meisjes (2023)
Ga direct naar het rapport: Meisjescriminaliteit. Een onderzoek naar de kenmerken en risicofactoren van delinquente meisjes en jonge vrouwen in algemene, politie- en justitiële populaties. Den Haag: WODC (M.G.C.J. Beerthuizen, K. Zeijlmans, C. Stoeldraaijers, A. Slotboom en A.M. van der Laan).
Contactpersonen: Kirti Zeijlmans en André van der Laan
Onderzoekers
- André van der Laan (kennislijncoördinator)
- Benthe van Delft
- Gwendolyn Koops-Geuze
- Lise Prop
- Nikolaj Tollenaar (tevens kennislijn Strafrechtelijke interventies)
- Kirti Zeijlmans
Alle onderzoeken
Via de groene button vind je een overzicht van álle onderzoeken van het WODC, zowel intern als extern uitgevoerd. Met zoekwoord 'jeugdcriminaliteit' vind je alle publicaties over dit thema of die daaraan verwant zijn.
